Artikelen bibliotheek

Ego en schuld

dinsdag, 16 maart 2010 13:42

Ego en schuld.

Soms krijgen we last van weerstand, vooral als we de minder aangename kanten van ons ego gaan ontdekken en onszelf steeds beter leren kennen. Het ego zorgt ervoor dat we onszelf afscheiden van anderen, onszelf afzonderen en geen hulp accepteren.

Het ego is het resultaat van het streven van elk mens naar persoonlijkheid en naar zelfrealisatie. Al vanaf het derde jaar wil een kind zichzelf zijn en gaat zich afzetten tegen de buitenwereld. de eigen wil gaat zich ontwikkelen. Daar is helemaal niets mee mis. We hebben ons ego nodig om te kunnen functioneren in de maatschappij. Het ego hoeft daarom ook niet afgebroken te worden. Maar als het over-ontwikkeld is staan we voor niets meer open en komen er geen andere waarden meer binnen. Het projecteren van schuld op de buitenwereld gaat beginnen: het zoeken van oorzaken en redenen buiten jezelf.

We kunnen uit de beperktheid van het ego breken door onszelf te onderzoeken, waardoor de eigen ontwikkeling verder gaat. Je leert de functie, de grandioosheid en de beperktheid van je eigen ego steeds beter kennen en herkennen. Dat kan heel pijnlijk zijn, maar op een moment kun je besluiten het 'anders' te doen. De oplossing is om het bewustzijn over het eigen handelen te vergroten. Dan kan het deeltje wat afgescheiden is van de geest worden gelokaliseerd en weer worden “geheeld” door het te herenigen met het grotere geheel waar het ooit deel van was.

 

 

Afweermechanismen

vrijdag, 21 augustus 2009 12:12

Over het ontstaan van afweermechanismen.

 

Een kind wordt geboren in een ongedeeld, zuiver bewustzijn, in heelheid. Als gevolg van ervaringen in het leven, socialisatie, ontbreken van goede functionele zorg e.d. gaat het kind zich beschermen tegen angst, schuld, schaamte en pijn.

 

Een niet prettige ervaring wordt door een kind als levensbedreigend ervaren, omdat het volledig afhankelijk is van de verzorgende omgeving bij het vervullen van de primaire behoeften. Er ontstaat angst in combinatie met hulpeloosheid en een kind kan met deze tegenstrijdigheid niet omgaan. Dus ontstaan er strategieën om zich hiertegen te beschermen. Dit worden afweermechanismen genoemd.

 

Eerste afweerlaag: deling van het bewustzijn.

Splitsing in het bewustzijn door verdringing. Er ontstaat een afweerlaag die het bewustzijn opsplitst in een bewust  en een onbewust deel. In het laatste deel worden de niet gewenste, verdrongen ervaringen opgeslagen. De pijnlijke waarheid dat het kind niet kreeg waar het naar verlangde wordt verdrongen en opgeslagen in een deel van de hersenen wat niet toegankelijk is. Dit  worden “bad clusters” genoemd. De ervaring is uit het directe bewustzijn verdrongen, maar de zintuiglijke waarneming van “toen” wordt geregistreerd in een ander deel van de hersenen, n.l. daar waar de amygdala zetelt. Dit gebeurt in de vorm van een “waarschuwingssignaal” wat geactiveerd wordt bij vergelijkbare bedreigende situaties, waardoor oude, onverwerkte pijn onmiddellijk de kop opsteekt in de vorm van angst, verdriet en boosheid. Eckhart Tolle schrijft in dit verband dat het “pijnlichaam” weer gaat werken.

 

Tweede afweerlaag: schuld en schaamte.

Toch blijft er een verlangen om eigen behoeftes vervuld te krijgen. Dus gaat het kind allerlei dingen uitproberen. Als dat onvoldoende resultaat oplevert ontstaan er gevoelens van schuld en het kind trekt de conclusie dat er iets niet deugt aan zichzelf en zegt tegen zichzelf:  ik ben schuldig, waardeloos, incapabel en slecht. Hierdoor instaan er allerlei disfunctionele, beperkende overtuigingen op identiteitsniveau: ik deug niet, ik kan het niet, ik mag mezelf niet zijn, ik mag geen eigen behoeftes hebben, ik ben incompetent, ik mag niet genieten, ik mag niet zwak zijn, ik mag er niet zijn, ik ben niet gewenst , ik mag geen fouten maken, ik mag niet afhenkelijk zijn, ik mag mezelf niet laten gelden, ik moet het zelf doen etc.

Zowel schuld als schaamte komen voort uit gevoelens van tekort schieten. Schaamte is gericht naar binnen waarbij het eigen karakter wordt beoordeeld. Schuld beoordeelt het eigen gedrag t.o.v. de buitenwereld en is naar buiten gericht.

 

Derde afweerlaag: onterechte macht en onterechte hoop (vechten/aanpassen).

Deze laag van afweer wordt op latere leeftijd ontwikkeld in de cognitieve fase. Onterechte macht is een assertieve- of vechtstrategie onder het motto: “als de ander maar verandert kan ik krijgen wat ik hebben wil”. Hierbij is sprake van projectie, want de ander krijgt de schuld van het eigen ongenoegen. In gedrag is het te herkennen aan irritatie, agressie, superioriteit, dominantie, arrogantie, intimidatie en veroordeling jegens anderen. Het uitoefenen van macht geeft de illusie de sterkste te zijn.

Onterechte hoop is een aanpassingstrategie: “als ik maar verander kan ik krijgen wat ik hebben wil”. Er is een constante hoop dat als je maar blijft doorzetten, beter je best doet, liever bent, slimmer bent of anderen het meer naar de zin maakt dat dan je behoeften wel vervuld zullen worden. Hoop koesteren wordt de nieuwe realiteit en de werkelijkheid dat niet lukt wat je graag wilt wordt niet onder ogen gezien. Er wordt verbinding met anderen gezocht door aan hun behoeften te voldoen en als dingen fout gaan de schuld op zich te nemen in de vorm  sociaal, meegaand, toegeeflijk gedrag.

 

Vierde afweerlaag: ontkenning van behoeften (vluchten/terugtrekken)..

Als het voorgaande niet lukt  blijft tenslotte nog over om de eigen behoeften maar te ontkennen en daarmee de pijn af te weren. Dit is een vlucht- of terugtrekstrategie.

Onlustgevoelens worden afgeweerd met de ontkennende redenering: het is niet erg dat ik niet krijg wat ik nodig heb, want…… of..... maak maar geen drukte voor mij…… of ......het maakt me niets uit……..of ...... doe maar gewoon……..of ........ik heb dat niet nodig, want……..

Het leidt uiteindelijk tot afstomping, vermijden van conflicten en het vermijden van sterke gevoelens of het vermijden van alles wat tot sterke gevoelens kan leiden. Dit afstandelijke gedrag is een radicale en effectieve afweer, omdat “het innerlijke conflikt” buiten werking gesteld wordt en de illusie ontstaat niet van anderen afhankelijk te zijn voor de vervulling van eigen behoeftes. Deze vorm van afweer is zeer destructief, omdat het leidt tot zelfverdoving en ongevoeligheid. Om dit nog enigszins te compenseren wordt er gezocht naar “kicks” in de vorm van verslavingen als sex, drugs, hard werken, passief amusement en gokken.

 

 

Verschuiving naar kindbewustzijn in het volwassen leven.

In onze opvoeding en eerste levensjaren worden belangrijke waarden en normen overgedragen in de vorm van stimulerende, maar ook in beperkende overtuigingen. Sommigen daarvan kunnen illusies blijken te zijn waar we toch in blijven geloven. Dit kan veel stress, spanning, pijn en innerlijk conflikt opleveren in iemand.

Alle afweermechanismen tezamen kunnen leiden tot een (onbewuste) gevangenis van automatische gedachten, emotionele reacties en vaste gedragspatronen. Soms kan de aandacht als gevolg van een “trigger”  (persoon, gebeurtenis, geur, kleur, object) in de realiteit op basis onbewuste associaties in 1 keer getrokken worden naar het bewustzijn van de oude angstherinneringen. De leegte van de onvervulde behoeften wil men niet voelen, evenals de pijn die dit nu nog met zich meebrengt. Men komt dan in het “kind-bewustzijn”  terecht  en de denkfout ontstaat dat oude kindbehoeften volwassen behoeften zijn, die in het hier-en-nu kunnen worden bevredigd. Alle overleefstrategieën worden weer automatisch geactiveerd, maar werken nu juist destructief tegen de persoon zelf in. Want destijds waren deze strategieën effectief om de kwetsbaarheid van het kind te beschermen, maar nu zijn ze niet meer passend in het volwassen leven. Dit kan leiden tot allerlei psychosomatische klachten, verzwakking van het immuunsysteem, depressiviteit, onrust, piekeren, burnout, slaapstoornissen, chronische vermoeidheid, agressie, huiselijk geweld, passiviteit, lust, hebzucht, afgunst, bedrog e.d. Een voorbeeld hiervan is dat de behoefte aan liefde die men als kind onvoldoende kreeg wordt"opgeborgen" in het kindbewustzijn en vervolgens leidt tot het ontkennen van behoeftes in de dagelijkse realiteit. En alles wat een relatie heeft tot liefde (intimiteit, kwetsbaarheid, affectie)triggert onmiddellijk de basisangst, waardoor de overleefstrategie en het afweermachanisme weer in werking treden, n.l. de ontkenning van behoeften en onterechte macht/vechten.